Op het moment dat ik deze regels schrijf, is het kabinet gevallen. Wat opvalt, is dat de partijen in het debat woorden verschillend uitleggen. Dat is niets nieuws. Om die reden zijn veel conflicten nagenoeg onoplosbaar.
Woorden zijn niet gewoon maar een paar letters, maar zij verwijzen naar begrippen die voor ons – vaak onuitgesproken – een bepaalde waarde vertegenwoordigen, of juist niet. Bedreiging van iets waardevols gaat gepaard met emoties en afweer. Iets wat wij zien als waardeloos, laat ons onverschillig.
Woorden hebben door hun betekenis een magische werking. Mijn moeder durfde het woord kanker niet helemaal, en dan nog slechts fluisterend, uit te spreken. Zij sprak van ‘Ka’, alsof het zeggen van het volledige woord de kanker zou oproepen. Dat is ook wel een beetje zo, want taal creëert een werkelijkheid van emotievolle betekenissen.
Tegenwoordig durven wij de dingen luid en duidelijk bij hun naam te noemen. Ook de dokter, die soms zonder veel voorbereiding het vonnis uitspreekt: ‘Mijnheer, u hebt darmkanker!’ De ziekte is er, in volle omvang, met al haar beangstigende betekenissen.
De betekenis van deze woorden dringt nog nauwelijks tot mij door. Vaag kondigt zich een persoonlijk drama aan. Een doodvonnis? Ik stribbel in gedachten tegen. Zou de dokter zich vergissen? Ik heb toch nooit last gehad. Zijn mijn medische gegevens verwisseld met die van een ander? Langzaam dringt het tot mij door dat die kanker mijn feitelijke werkelijkheid is. Mijn wereld staat te schudden, niet omdat het woord ‘kanker’ als een bom is ingeslagen, maar om datgene wat dit woord voor mij betekent. En dat is nogal wat. Mijn meest waardevolle bezit wordt bedreigd, mijn hele bestaan staat op het spel. Vragen zonder antwoord dringen zich op.
Hoe moet het met mijn vrouw en kinderen? En met mijn werk? Hoe lang heb ik eigenlijk nog te leven? Ik heb nog zoveel te doen. Zal ik moeten lijden? Zal ik anderen niet te veel tot last zijn? Waar heb ik dit aan verdiend? En juist nu ik mijn leven zo goed op de rails leek te hebben... Weg mijn geluk, weg mijn leven?
Relatief veel mensen worden na de slechte tijding overvallen door paniek, en zijn woedend, angstig en radeloos tegelijk. Negatieve emoties dreigen hun levensgeluk voorgoed te vernietigen. Anderen zien kans, na een eerste verwarrende periode, hun innerlijke rust te herwinnen en hun leven op eigen kracht weer op te pakken en zelfs meer diepte te geven.
Mensen met een levensbedreigende ziekte – en hun naasten – komen eerder dan anderen toe aan nadenken over de echt belangrijke dingen in het leven. Kanker is onvermijdelijk het begin van een ander leven, dat vooraf misschien uitzichtloos lijkt, maar dat na bezinning nieuwe mogelijkheden biedt.
‘Positief denken’ is mijn manier om met mijn kanker om te gaan. De moraal: een gelukkig leven met kanker is mogelijk. In mijn columns maak ik u deelgenoot van mijn gedachten over leven en geluk, ziekte en dood, emoties en denken, onvermijdelijkheid en vrijheid, toeval en regie enzovoort. Mijn ‘overpeinzingen’ bieden geen kant en klare oplossing, maar nodigen uit tot verder nadenken over ‘de kunst’ van gelukkig te leven, ongeacht de omstandigheden.
Het beoefenen van die kunst moet iedereen zelf doen, misschien met ups en downs, dat wel. Maar welk ‘kunstwerk’ komt zonder tragiek tot stand?
Rein Stoel.
U kunt deze column door hier te klikken ook opslaan op uw eigen computer.
Queeste - Erkend lid Vereniging Filosofische Praktijk - Copyright © 2005-2010.