Een enige tijd durende fysieke dip gaf mij gelegenheid wat achterstallig leesvoer te nuttigen en naar de radio te luisteren. Mijn aandacht valt op de titels ‘Moerman nog steeds actueel’ en ‘Complementaire geneeswijzen kunnen het welzijn positief beïnvloeden’ in Uitzicht nummer 5, jaargang 2006. Tegelijkertijd hoor ik op de radio het marathoninterview van de VPRO met een van de meest vooraanstaande kankeronderzoekers ter wereld, biochemicus Piet Borst, voormalig directeur van het Nederlands Kanker Instituut.
Wat ik lees en beluister zijn interessante verhalen, maar samen brengen zij mij in verwarring. Partijen zijn het fundamenteel met elkaar oneens.
De missie van Moerman is zowel preventief als curatief. Zijn als zekerheid gepresenteerde intuïtie wordt niet algemeen erkend als effectief. Als ‘voor hem geen twijfel bestond’, zou dat met recht reden zijn te twijfelen aan de wetenschappelijke onderbouwing van zijn behandelwijze. Het kenmerk van iedere wetenschap is immers fundamentele twijfel en van ieder geloof vermeende zekerheid. Als kankerpatiënt wil ik zekerheid. Kies ik voor de twijfel van de wetenschap of de zekerheid van geloof? Kies ik voor de chirurg óf voor Moerman, maar... is dit wel de goede vraag?
Ik herinner mij een uitspraak van de filosoof Spinoza. ‘De hoogste vorm van kennis is niet rationeel, maar intuïtief’. Als rationalist bedoelde Spinoza niet onze ‘romantische’ intuïtie in de trant van ‘aanvoelen’, maar een intuïtie die berust op denkideeën die geen redeneren nodig hebben. De ratio en deze intuïtie vullen elkaar aan en geven samen een adequaat beeld van de werkelijkheid. Zou Moerman dergelijke denkideeën hebben gehad?
Bertil de Klyn betoogt in Uitzicht dat Houtsmuller de intuïtieve inzichten van Moerman wetenschappelijk heeft onderbouwd. Houtsmuller deed immers diepgaand onderzoek naar de verschillen in celstofwisseling tussen de kankercel en de gezonde cel. ‘Veel van wat Moerman destijds beweerde is voorzien van een wetenschappelijke basis’.
Ik wil het graag geloven, maar ik twijfel. Want hoe moet ik dit rijmen met de denigrerende wijze waarop hoogleraar Piet Borst in zijn interview spreekt over ‘de spoken van de alternatieve behandelwijzen’. Mijn verwarring is compleet. Of is het niet primair mijn verwarring, maar die van de strijdende partijen?
Ik zoek steun bij de wetenschapsleer, die stelt dat iedere groep wetenschappers zijn eigen specifieke uitgangspunten hanteert. Al die vooronderstellingen bij elkaar – het paradigma – bepalen het totale onderzoek: wat wordt gezocht, hoe wordt gezocht én ... wat mogelijk wordt gevonden. Wetenschappers met een verschillend paradigma gebruiken andere begrippen, nemen dezelfde feiten soms anders waar en kunnen tot verschillende resultaten komen. Communicatie tussen wetenschappers met verschillende paradigma´s over de waarheid van hun bevindingen is daarom bij voorbaat kansloos.
Het medicijn tegen onbegrip ligt niet in het bestrijden van wederzijdse effectiviteit. De oplossing ligt niet aan het eind van het onderzoek, maar helemaal aan het begin: analyse van vooronderstellingen. Deze zijn niet zelden vooroordelen die het zicht op de werkelijkheid versluieren.
Met de wijziging van ‘alternatief’ naar ‘complementair’ ligt een kentering ten goede in het verschiet. Terwijl alternatieve behandeling zich tegenover de reguliere plaatst, wil een complementaire behandeling het nog ontbrekende aanvullen. Is dit begrip van ‘aanvullen’ wel de juiste interpretatie voor een goede samenwerking?
Ik weet dat het ‘complement’ een hoek aanvult tot 90 graden. Dat is samen nog slechts een kwart van de hele cirkel. Welke behandeling er ook wordt gekozen, zij betreft nooit een gedeeltelijk ziek mens. Medici én andere hulpverleners zullen zich ieder afzonderlijk maar ook gezamenlijk moeten bekommeren om heel de mens. Een vergelijking met ‘complementaire kleuren’ die samen wit doen ontstaan, lijkt beter te voldoen. Geen van de complementaire kleuren kan voor het bereiken van dit totaalresultaat gemist worden.
De patiënt zit niet te wachten op een strijd om de hegemonie. Hij vraagt niet om reguliere, alternatieve of complementaire zorg, maar om integrale zorg, vanaf het begin. Genees niet alleen de ziekte, maar ook en vooral de zieke: ‘Help, ik ben het die ziek is.’
Rein Stoel.
U kunt deze column door hier te klikken ook opslaan op uw eigen computer.
Queeste - Erkend lid Vereniging Filosofische Praktijk - Copyright © 2005-2010.