Queeste home vereniging filosofische praktijk

Kunst van vragen

In de tijd van Socrates maande het orakel van Delphi met het opschrift Ken uzelf mensen tot ordenende bezinning op zichzelf. Eeuwen later formuleerde de filosoof Kant drie levensvragen die samen neerkomen op diezelfde vraag: ‘Wie ben ik?’ Deze vraag is kennelijk van alle tijden. Hij moet ook tegenwoordig telkens opnieuw door iedereen persoonlijk worden beantwoord.

‘Wie iemand is’ blijkt primair uit levenshouding en wijze van omgaan met mensen en dingen. Zelfbezinning onderzoekt achteraf vragenderwijs het ‘hoe?’ en ‘waarom?’ van ons handelen. Omdat een verkeerde vraag zelden leidt tot een bevredigend antwoord, zijn wij gebaat bij het stellen van goede vragen aan onszelf.

Socrates verstond de kunst zodanige vragen te stellen, dat het door hemzelf bepaalde ‘goede’ antwoord werd gegeven. Volgens Socrates omdat iedereen diep van binnen dit antwoord met zekerheid al weet. Volgens anderen omdat het taalgebruik van vragenstellen manipulerend kan zijn.

Sommige vragen dwingen door verborgen vooronderstellingen het antwoord af. Zo brengt de vraag ‘sla jij je vrouw nog steeds?’ iedereen in verlegenheid. Zelfs de ontkenning bevestigt dat je dit vroeger wel deed. Ook de onschuldig lijkende vraag ‘wie je bent’ stuurt het antwoord ongemerkt in een bepaalde richting. Het werkwoord ‘zijn’ veronderstelt iets essentieels dat blijvend en duurzaam is. Wie ‘is zoals hij is’, neigt ertoe de verantwoordelijkheid voor eigen daden af te schuiven op aanleg, opvoeding en/of omstandigheden.

Tegenwoordig kan de menselijke aanleg genetisch volledig in kaart worden gebracht. Kunnen wij voor onze vragen over levenshouding en handelen ons DNA-profiel raadplegen? Zeker niet. Misschien heeft het toeval mij bedeeld met talenten die er vanwege mijn opvoeding nooit zijn uitgekomen. Nee, ik ben niet mijn genetische code. Bepaalt mijn opvoeding dan ‘wie ik ben’? Wie als kind bijvoorbeeld voortdurend te horen krijgt dat het stout ‘is’, ontkomt moeilijk aan het stempel van verkeerd ‘zijn’. Eens een dief, altijd een dief? Wederom, nee! Een mens is niet alleen, maar wordt. Ieders toekomst ligt op ieder moment open. ‘Ik ben nu eenmaal zo!’ is zelden een geldig excuus.

Moraliteit en levenshouding zijn niet vastgelegd in de genen, noch in de opvoeding. Ik kan mijn aanleg, noch mijn ouders de schuld geven van eigen onjuist handelen. Ik ben én blijf onder alle omstandigheden zelf verantwoordelijk voor wie ik ben en hoe ik handel.

De rol van een vraag illustreer ik met een opvoedingsvoorbeeld. In de discussie over straffend corrigeren, wordt het gebruik van geweld tegen kinderen alom afgewezen, maar de pedagogische tik overwegend goedgekeurd. Op welke vraag is deze visie een antwoord? Het gaat kennelijk om de vraag ‘hoe hard’ kinderen geslagen mogen worden. De vooronderstelling in deze vraag – slaan van kinderen mag – komt in het antwoord onvermijdelijk weer terug – ‘niet te hard’. De vraag manipuleert het antwoord. Ook de betere vraag of slaan van kinderen is toegestaan voldoet niet, omdat ook hier de opvoeder zelf buiten schot blijft.

Waar het gaat om zelfkennis nodigen goede vragen de persoon uit te beslissen wie hij is, of beter wie hij wil zijn. Wie wil weten ‘wie ik ben’, wordt daarvan iets gewaar in mijn antwoord ‘NEE’ op de vraag: ‘wil ik een ouder zijn die zijn kind slaat?’

Wat voor opvoeders geldt, is algemeen en geldt in het bijzonder ook voor kankerpatiënten. Hun levensvisie van voorheen geeft wellicht geen goed antwoord meer op nieuwe levensproblemen. Juist dan is het verstandig op zoek te gaan naar daarachterliggende vragen en deze te onderzoeken op dwingende vooronderstellingen en versleten denkgewoonten.

‘Neutrale’ zelfbezinning is lastig omdat degene die vraagt én antwoordt dezelfde persoon is. Humanide consultatie helpt kankerpatiënten de goede vraag te vinden. Dit is een vraag die uitnodigt tot het geven van een vrij antwoord dat tevens iets zegt over wie iemand wil zijn.

Adequate bezinning leidt van ‘zijn’, via analyse van achterliggende vragen en het vinden van nieuwe antwoorden, naar ‘worden’. ‘Wie u wilt zijn’ beïnvloedt ingrijpend de wijze waarop u met uw ziekte omgaat.

Kent u uzelf?

Rein Stoel.

U kunt deze column door hier te klikken ook opslaan op uw eigen computer.

Queeste - Erkend lid Vereniging Filosofische Praktijk - Copyright © 2005-2010.