Dankzij onze zintuigen krijgen wij toegang tot de wereld om ons heen. Het wonderlijke van zintuiglijke waarneming is, dat zij evenveel zegt van de waarnemer als van hetgeen dat wordt waargenomen. De vogel, de kat, de eekhoorn, het muisje of een mens zien elk hun eigen boom en maken zich een verschillende voorstelling van wat daar in werkelijkheid staat te zijn. Een boom laat zich kennelijk op veel manieren waarnemen. Het is daarom eigenlijk een fictie, in algemene termen van DE boom te spreken. Want, wie ziet de boom zoals hij werkelijk is? Bestaat DE boom eigenlijk wel? En hoe zit dat dan met DE zin van HET leven?
Plato stelde dat het beeld van een boom – en ook van alle andere dingen – een slap ‘aftreksel’ is van DE volmaakte boom die als idee in een andere wereld werkelijk zou bestaan. Wij kunnen hier op aarde slechts iets waarnemen en een naam geven of iets mooi en goed vinden, omdat die wereld van ideeën een reëel bestaan heeft. Hier liggen de algemene begrippen zoals ‘DE boom’, ‘DE zin’, ‘DE schoonheid’ of ‘DE goedheid’ gereed om gezocht, gevonden en benoemd te worden.
Plato´s leerling Aristoteles maakt een draai van 180 graden. Hij stelt dat algemene begrippen achteraf via denken ontstaan, dus NADAT wij namen hebben gegeven aan concrete dingen.
De latere filosoof Kant bedacht een compromis: wij kennen niet het ‘ding als zodanig’, maar slechts het beeld ervan dat na actieve verwerking door zintuigen en denken ontstaat. Puntig samengevat: waarneming zonder denken is blind en denken zonder waarneming is leeg.
De controverse tussen ‘concrete namen’ en ‘algemene begrippen’ zien wij op allerlei gebied terugkomen. In de wetenschap: ligt het begin van kennis in de waarneming of in ons denken? In het onderwijs: leert een kind beter door te beginnen met concrete dingen of met algemene principes? In ons persoonlijke leven: gaat het om het zoeken naar een reëel bestaande zin of om het zelf creëren van zin?
Deze filosofische kwestie heeft alles te maken met de wijze waarop een kankerpatiënt met een existentieel probleem omgaat. Wie getroffen wordt door een ernstige ziekte is de weg in zijn leven even helemaal kwijt. Emoties van machteloosheid, boosheid, woede, angst en teleurstelling vechten om de voorrang. Gevoelens en gedachten tollen onontwarbaar door elkaar heen. Vragen naar DE zin van HET leven dringen zich op. Maar zoals altijd, de formulering van de vraag geeft richting aan het antwoord.
Wie in deze taal spreekt over zijn emoties en wie de vraag naar zin op deze wijze formuleert, graaft zijn eigen valkuil. Hij zit automatisch op het doodlopende platoonse of aristotelische spoor. De eerste zoekt zin, omdat hij vooronderstelt dat die zin echt bestaat en ‘ergens’ klaar ligt om gevonden of geschonken te worden. De tweede maakt weliswaar een tegengestelde denkbeweging, maar ook hij zoekt naar HET leven, DE dood en DE zin. Beiden zijn actief in het zoeken, maar vinden een persoonlijk nietszeggende wereld van algemene begrippen.
Hoe algemener een begrip, des te minder het zegt over het bijzondere. En het bijzondere is dat het gaat over UW – of MIJN – leven, hier en nu. Het gaat niet om DE abstracte emotie ‘boosheid’, maar om uw of mijn boosheid, niet om DE angst om te sterven, maar om uw of mijn angst, niet om DE zin van HET leven, maar om een zin die ikzelf aan mijn leven verkies te geven.
Emoties worden hanteerbaar als zij op het niveau van de persoonlijke existentie waarnemend én denkend worden verwerkt. Wat maakt mij boos? Op wie ben ik boos en waarom? Is mijn boosheid reëel en redelijk? Ook de algemene vraag naar ‘de zin van het leven’ is niet definitief te beantwoorden, maar dwingt ons in kringetjes te denken. U en ik zijn echter zelf de sturende spil, waaromheen ons leven draait.
Zingeving is een voortschrijdend persoonlijk antwoord op levensvragen die u zichzelf stelt.
Rein Stoel.
U kunt deze column door hier te klikken ook opslaan op uw eigen computer.
Queeste - Erkend lid Vereniging Filosofische Praktijk - Copyright © 2005 - 2011.