Uitstel van weten

Het overkomt ons allemaal. Wij wachten vol ongeduld op een bericht, dat ons leven zal bepalen. Het zou gisteren al komen. Helaas..., misschien vandaag, of anders morgen wel.

Daar ligt hij dan, die gesloten enveloppe met de examenuitslag of met het resultaat van een sollicitatie. Wat zou erin staan? Het is een vreemde situatie. De inhoud van de brief is al zeker, het is al gebeurd of al beslist. Alleen u weet het nog niet. Wel weten verandert niets aan wat geschreven staat. Het verandert uzelf.

Gebeurt het wel eens, dat u zich enig uitstel gunt van zeker weten? U wilt nog even leven in de illusie dat de medaille twee kanten op kan vallen. U geniet nog even van die twijfel. U gunt zich nog even uitstel van teleurstelling of vreugde. Ten slotte opent u de enveloppe en leest u wat u misschien niet wilt, maar wel moet weten.

Daarna is de weg terug, naar niet weten voorgoed afgesloten. Bewust vergeten van wat je weet, is onmogelijk. Als mijn leraar zei, ‘dat mag je vergeten hoor’, was die kennis niet meer uit mijn gedachten te wissen. ‘Weten’ is definitief, zeker als het gaat om leven en dood.

Eindelijk zit u bij de specialist, voor de uitslag van het onderzoek. U heeft enige tijd kunnen leven in de illusie dat het wel mee zal vallen. De dokter opent zijn dossier. U kunt niet meer terug. U hoort de dokter woorden zeggen, die niet de feiten veranderen, maar wel uzelf: ‘U heeft nog één jaar te leven, mevrouw’.

Pats, boem! Nog één jaar? ‘Ja mevrouw, nog één jaar’.

Die woorden van de dokter kunt u niet meer vergeten. Zij zijn echte werkelijkheid, u heeft ze zelf gehoord. Is er nog ruimte voor uitstel? Niet voor het weten, wel voor het denken.

Adequaat denken biedt ruimte voor reële twijfel. Het tijdstip en de oorzaak van uw sterven staan niet alvast ergens genoteerd. Wat die dokter zegt, is voorspelling en geen werkelijkheid. Woorden kunnen onwaar zijn. ‘Sterven? Dat gaat niet gebeuren’, stribbelt u tegen. Toch spookt het door uw hoofd, ‘over een jaar ben ik dood’. De dokter heeft het zelf gezegd. Zijn woorden kunnen waar worden.

Wie krijgt gelijk, de dokter of uzelf? Dat kunnen wij niet weten. De enveloppe van uw toekomst is nog gesloten. Zolang u leeft kunt u zich uitstel van weten gunnen. Zoals altijd in ons leven, niet als zekerheid, maar als mogelijkheid.

Toch is uw toekomst na die woorden van de dokter dreigender geworden. De dokter zegt niet zo maar wat. Zijn voorspelling berust op kennis, ervaring én op wetenschappelijk onderzoek. U kunt deze niet zomaar wegwuiven, verstoppen of afdoen als nonsens. Terwijl u zich bezint op het slechtste scenario, probeert u met alle mogelijke middelen het tij te keren. Terecht, want die voorspelling is niet voor honderd procent zeker.

Een losgelaten steen valt naar beneden. Niet naar boven. Dat is nog nooit gebeurd, en - dat is wel te voorspellen - dat zal nooit gebeuren. Natuurwetenschap bestudeert wetmatigheden die altijd gelden. Met statistiek ligt dat anders. Statistiek verzamelt gegevens uit het verleden. Hoe beter de steekproef, des te beter die oude gegevens de afloop van gelijksoortige nieuwe ‘gevallen’ voorspellen. Deze statistische voorspelling betreft geen wetmatigheid zoals de zwaartekracht, maar een kans binnen een groep.

‘U heeft nog één jaar te leven’, mevrouw. ‘Hoe weet u dat, dokter?’ ‘Volgens de statistiek, mevrouw’. Waarschijnlijk is daar niets tegenin te brengen. De cijfers uit het verleden kloppen altijd. Toch is er een kans op uitstel, voor het gunnen van ‘onzekerheid’, en misschien een kans op afstel. U zit immers niet in die ‘oude’ steekproef. En..., bent u wel een gelijksoortig geval?

De enige zekerheid geeft ons eigen leven, niet de gestorven levens van anderen. Op individueel niveau is het alles of niets. Ieder maakt zijn eigen statistiek, die pas zeker is als wij sterven, óf blijven leven.

Rein Stoel.

U kunt deze column door hier te klikken ook opslaan op uw eigen computer.

Queeste - Erkend lid Vereniging Filosofische Praktijk - Copyright © 2005 - 2011.