Denken doen wij allemaal en bijna altijd. Het is zelfs onmogelijk ons denken even stil te zetten. Soms blijft het in ons hoofd tegen wil en dank maar doormalen. De malaise in ons lichaam, de pijn in onze ziel, het verdriet, het verleden, de toekomst, de zorg voor onze naasten en de onbeantwoorde vragen van toen en voor straks. Betekent dit nu dat wij altijd ‘filosoferen’? Filosoferen is toch denken! Dat laatste is zeker waar, filosoferen is denken. Maar niet al ons denken is filosofisch denken.
Verborgen levensfilosofie
In het alledaagse leven hoeven wij er niet steeds over na te denken wat te doen, hoe te
doen en waarom. Wij handelen naar bevind van zaken en doen de dingen zoals wij dat
gewoon zijn. Het gaat eigenlijk allemaal vanzelf. Bij motorische vaardigheden
bijvoorbeeld, zoals lopen, zwemmen, autorijden, schrijven enzovoort, verloopt een groot
deel van de beweging automatisch. Gelukkig maar, want tegelijkertijd iets doen en
denken over dat doen is lastig. Ook ons denken verloopt voor een deel vanzelf. Er zijn
hier onderliggende denkpatronen, die voor onszelf zo vanzelfsprekend zijn, dat
wij daar nauwelijks nog over nadenken. Die denkpatronen bestaan uit een complex netwerk
van gedachten, concepten, ideë, overtuigingen, waarden, ethische en esthetische normen,
uitgangspunten, vooronderstellingen, vaste criteria, vooroordelen, verwachtingen,
ideologieën, mythen,
enzovoort i.
Al deze ideeën zijn gedurende ons hele leven ontstaan, ingeslepen en verworven door eigen ervaring, opvoeding, gewoonte, culturele tradities en gevestigde rolpatronen. Dit geheel van gedachten – kortweg aan te duiden als ‘onze levensfilosofie’ – leidt vanwege zijn vanzelfsprekendheid een enigszins verborgen bestaan. Wij denken niet meer na over de vooronderstellingen van ons handelen, maar gaan daar gewoon vanuit. Zij vormen het vaste fundament van ons alledaagse leven. Onze vanzelfsprekende levensfilosofie fungeert als een soort bril waarvan de kleur bepaalt hoe wij in de wereld staan, wat wij ervaren, hoe wij voelen, oordelen, handelen, kortom ‘hoe wij omgaan met problemen’, en hoe wij omgaan met onze ziekte.
Filosofisch denken
De vanzelfsprekendheid van onze motoriek of van ons denken verdwijnt en wordt opeens
problematisch als het ‘alledaagse’ wordt doorbroken. Als u vanwege een breuk in uw
schrijfhand met uw andere hand moet leren schrijven, blijkt pas wat u allemaal weer
opnieuw moet leren. Hetzelfde geldt als u in de crisissituatie van uw ziekte even niet
meer weet ‘hoe uw wereld in elkaar zit’. Dan is dieper nadenken vereist. Uw denken
verplaatst zich van de feitelijke gebeurtenissen naar die vanzelfsprekende
achterliggende denkpatronen. De vraag die hierbij past is of deze oude zekerheden nog
wel een goed antwoord toelaten op de nieuwe problematiek van uw leven. Het passende
antwoord is ‘nog eens goed nadenken’ over die uitgangspunten en eventueel kiezen voor
‘bijstellen’.
Ik geef twee voorbeelden van ‘verborgen’ beslissingen die genomen zijn op het niveau van uw levensfilosofie. Ten eerste: alleen al het stellen van de vraag ‘Waarom ik?’ vooronderstelt dat het ziek worden een bepaalde redelijke reden heeft, die ‘ergens’ heeft geleid tot de beslissing dat u ziek moest worden. Dit vooronderstelt weer het bestaan van een hogere macht die de leiding heeft over uw leven. Ten tweede: de gedachte dat iemand zijn ziekte wel verdiend zal hebben, vooronderstelt een wereld die zo in elkaar zit, dat ‘ieder krijgt wat hem toekomt’. Uit beide voorbeelden blijkt de onderliggende levensfilosofie bepalend te zijn voor de houding tegenover de ziekte en de rol van de persoon zelf in dit geheel. Het is niet eenvoudig zonder hulp door te dringen tot deze diepere laag van het denken, juist omdat alles wat hier al is ‘beslist’, zo vanzelfsprekend is.
Wisseling van perspectief
Filosofisch denken verschuift het blikveld van datgene wat wordt gezien (de
ziekte) naar datgene waardoor wij deze zien zoals wij zien, voelen wat wij
voelen, ervaren wat wij ervaren, oordelen zoals wij oordelen en handelen zoals wij
handelen (de levensfilosofie). Kan onze mentale malaise verdwijnen of worden opgelost
door op een dergelijke manier na te denken over jezelf? Als deze vraag met ‘ja’ wordt
beantwoord, slaat dit niet op het ontstaan van uw ziekte. Denken is niet in
staat gebeurtenissen uit het verleden ongedaan te maken. Voor uw leven van
nu én in de toekomst bent u echter niet machteloos overgeleverd aan al datgene
wat is gebeurd. Niet dit leed zelf heeft u in eigen hand – hoofd –, maar wel
de wijze waarop u daarmee kunt omgaan.
vorige - 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - volgende
Queeste - Erkend lid Vereniging Filosofische Praktijk - Copyright © 2005 - 2011.