Queeste home vereniging filosofische praktijk

De pedagogische tik...
straf en beloning (3)

Ad 4. Effectiviteit van straffen en belonen
Voorstanders van de corrigerende tik zeggen dat straffende en fysieke machtsuitoefening effectief is. Dat geldt in ieder geval voor het opvolgen van verboden. Omdat een hond - en ook een kind - door een pak slaag niet goed is te bewegen is tot goed gedrag, introduceert het mechanistische model ook de beloning. Kinderen zijn geneigd te gehoorzamen als ouders een beloning in het vooruitzicht stellen. Zelfs het niet krijgen van straf kan als beloning worden gevoeld. Zo leert het kind ten slotte te voldoen aan wat zijn ouders willen. Deze ouders zijn tevreden met hun gehoorzame en volgzame zoon of dochter.

Argumenten contra
Tegenstanders van de corrigerende tik wijzen op 5. Rechten van het kind; 6. Problematische overdracht van het juridische model naar de opvoeding; 7. Oneigenlijke toepassing van het mechanistische model in de opvoeding; 8. Schijnresultaten van conditionering.

Ad 5. Rechten van het kind
Ouders hebben het recht beslissingen voor het kind te nemen, zolang het jonge kind daartoe niet in staat is. Het kind is echter geen lijdende voorwerp van opvoedkundig handelen, maar vóór alles het doel daarvan. Het kind is ook niet een 'eigendom' van zijn ouders, met wie zij mogen doen en laten wat zij willen. Een kind is een uniek wezen, dat ook zelf iemand is, en mag zijn. Om die reden is het recht van ouders begrensd door de morele rechten van hun kind.

De morele status van het kind omvat een aantal samenhangende concepten, namelijk die van: 'volledig mens', 'persoon zijn', 'drager van mensenrechten' en 'kwetsbaarheid'. Samen generen deze concepten de morele plicht van ouders om in iedere ontwikkelingsfase de morele rechten van het kind (waaronder zijn lichamelijke integriteit), te respecteren en te beschermen. Ik geef puntsgewijs een korte toelichting.

  • Reeds de foetus moet vanwege een volledig ontwikkeld centraal zenuwstelsel als een 'volledig menselijk wezen' worden beschouwd, met alle morele rechten die bij deze status behoren. Een baby is uit hoofde van zijn geboorte, al direct drager van mensenrechten.
  • De nieuwe wereldburger is echter niet onmiddellijk een autonoom persoon. Taalverwerving is het essentiële criterium voor persoon zijn. Omstreeks driejarige leeftijd begrijpt het kind wat zijn opvoeders bedoelen en kan het over zijn eigen gedrag nadenken en communiceren. Vanaf dat moment heeft het kind recht op respect voor zijn vrijheid en autonomie. Fysieke dwang is een inbreuk op zijn lichamelijke integriteit en morele gelijkwaardigheid.
  • Ouders zijn verantwoordelijk voor de geboorte van hun baby en hebben daarom de morele plicht dit unieke en kwetsbare wezentje te beschermen en op te voeden. Fysieke machtsuitoefening is moreel laakbaar vanwege het recht op lichamelijke integriteit én vanwege het schadebeginsel. Neurobiologisch onderzoek naar vroegkinderlijke ontwikkeling wijst op een samenhang tussen positieve ervaringen van kinderen -zoals knuffelen en lachen- en een goede ontwikkeling van de hersenen. Negatieve ervaringen en stresssituaties belemmeren de ontwikkeling van de rechterhersenhelft, die voor de sociaal-emotionele ontwikkeling cruciaal is. Stresssituaties, zoals de pedagogische tik -waarop een baby of peuter reageert met huilen - behoren voor het kind tot de categorie 'negatieve ervaringen' en zijn daarom strijdig met de plicht van ouders het kind te beschermen tegen schade. Hoe jong een kind ook is, fysieke dwangmiddelen horen niet in de opvoeding thuis.

vorige - 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - volgende

Queeste - Erkend lid Vereniging Filosofische Praktijk - Copyright © 2005-2009.